maandag 5 oktober 2009

Kees Verver met van lnr: Moussa Dembele, Patrick Kluivert en El Hamdaoui.

Gek van cijfertjes


Op 19 april van dit jaar vierde hij arm en arm met Moussa Dembele, Patrick Kluivert en El Hamdaoui het kampioenschap van AZ. Niet lang daarna kon hij bij Ajax tekenen. Het bleek een vrijage van korte duur. Al na een week keerde de video/data analist op zijn schreden terug en kwam een driejarig contract met AZ overeen. Leidenaar Kees Verver lijkt definitief zijn stekkie binnen de gelederen van de Alkmaarse eredivisionist te hebben gevonden.

Verver werd als cameraman van AZ door de toenmalige trainer Louis van Gaal aangetrokken. Een andere positie dan Verver zich in eerste instantie had voorgesteld. De Leidenaar is immers gek van cijfertjes. Analyseerde wedstrijden tot op het bot. In zijn tweede boek over het WK 2006 analyseerde hij van alle wedstrijden alleen al 73.915 balcontacten, 653 doelgerichte acties, 366 wissels, 147 doelpunten en tamelijk uitgebreid bijzonderheden van de spelers. ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of het staat erin,’ zegt hij met enige trots. ‘Spanje speelde heel goed tijdens het WK2006. Als je naar de cijfers kijkt dan scoren ze op alle punten heel goed. En dan worden ze in 2008 ook gewoon Europees kampioen. Geen verrassing dus. Gewapend met die kennis ging hij de boer op en zijn passie trok de aandacht van Van Gaal. Al na het eerste jaar werd zijn functie anders ingevuld. Verver werd video/data analist van de club, waar hij nauw samenwerkt met de analist-bij-uitstek, Tonny Bruins Slot. Niet meer alleen maar beelden opnemen, maar die ook analyseren. Een kolfje naar de hand van de gedreven Leidenaar.


Louis


Nu werkt de voormalige amateurvoetballer van het Leidse Roodenburg al drie jaar fulltime voor de kampioen van Nederland. ‘Als je het eerste jaar meetelt dat ik alleen als cameraman de wedstrijden opnam, is het nu dus al het vierde jaar,’ rekent hij voor. Onvermijdelijke vraag: hoe was het werken met de flamboyante trainer? ‘Het werken met Louis was goed,’ zegt Verver zonder een spier te vertrekken. ‘Hij wil alles weten, is heel precies. Hij houdt alles bij, en ziet alles. Hij ziet wanneer je gewoon je werk goed doet met de gewenste kwaliteiten die daarvoor nodig zijn, dan doe je het goed. Dus ik heb hartstikke fijn met hem samengewerkt.’ Verver verhuisd in het DSB-stadion van beneden naar boven, kreeg een grotere kamer. Vanwege de vele apparatuur en het werk dat hij moet verzetten. Daar bespreekt hij de opnames met de assistenttrainers Tonny Bruins Slot ,Martin Haar, Shota Arveladze en Jan Nederburgh, waarna hij de beelden aan de spelers toont. ‘Ronald Koeman zet daarna nog de puntjes op de i.’

Ronald


Ook de scouting-afdeling van AZ maakt al te graag van zijn kennis gebruik. ‘Ik maak van spelers een samenvatting van beelden met hoofdmomenten: hoe is hij in balbezit, wat doet hij in de omschakeling?’ En dat is nog niet alles. Verver maakt ook toepassingen om de technische staf beter en sneller te kunnen informeren. ‘In Excel-formaat, waarbij alles van de spelers vastgelegd kan worden en waarmee Ronald uit de voeten kan. Doelpunten, zowel voor als tegen, worden in een database vastgelegd. Hoe vaak bijvoorbeeld scoren we uit een corner vanaf links bij de 1e of 2e paal, of vanuit een omschakeling of opbouw? ‘ Al deze data, gelinkt aan de beelden, zijn hierdoor direct beschikbaar. ‘Als Ronald mij om informatie vraagt kan ik hem dat binnen een halfuur leveren, terwijl ik vroeger allemaal boekjes door moest nemen.’ Op de vraag wat het verschil is tussen Koeman en Van Gaal zegt hij: ‘Louis is meer de leraar, Ronald gaat er vanuit dat je de dingen zelf meer oppakt. Maar alle twee zijn het mensen die in hun vakgebied top zijn.’ Verver zal het nog lang bij AZ uithouden.

vrijdag 18 september 2009

‘Probeer je vader te verslaan'


ZOETERWOUDE - Kees van Steenwijk (61) kwam voor het eerst met schaken in aanraking toen hij een boekje van grootmeester Hans Bouwmeester in handen kreeg. 'Nummer 575 van de Prisma-serie,' zegt hij monter, 'dat herinner ik me nog wel.' De Zoeterwoudenaar raakte verslingerd aan het koningsspel maar hield die kennis niet voor zich alleen. Veertig jaar lang maakte hij kinderen wegwijs in de wondere wereld van het schaken. John van der Wiel, één van Neerlands topschakers, behoorde tot zijn leerlingen.

De stelling dat schaken vooral is voor weirdo's die exacte vakken als wiskunde en natuurkunde in hun pakket hebben, wordt door sommige schaakverenigingen te vuur en te zwaard bestreden. Volstrekt onwaar, wordt er al snel geroepen. Een schaker kan net zo goed verzot zijn op taal, geschiedenis of andere niet-exacte vakken. Feit is echter dat vele grote schakers een voorliefde hebben voor wiskunde. Neem bijvoorbeeld bekende Nederlandse grootmeesters als Max Euwe en Hans Bouwmeester. En wat te zeggen van Van Steenwijk zelf, bij wie zich ook een wiskundeknobbel openbaarde. Op de lagere school mocht hij een klas overslaan, en hij volgde later aan het Visser 't Hooft Lyceum het gymnasium, natuurlijk met bèta-vakken in het pakket. Zijn ouders konden een vervolgstudie niet bekostigen en de plannen voor een academische studie gingen in rook op.

Van Steenwijk zat niet bij de pakken neer, werd freelancer en schreef tot 1980 schaakartikelen voor veel kranten in de Leidse regio. Daarna volgde een periode van nietsdoen, zoals Van Steenwijk het noemt, tot hij in het begin van de jaren negentig in gesprek kwam met Erik Michels van de sociale zaken van de gemeente Zoeterwoude. 'Op dat moment gaf ik al schaakles op een paar scholen en bij plaatselijke verenigingen, voor een onkostenvergoeding die te weinig was om van te leven.' In het kader van een sociale voorziening bood Michels hem een baan aan op het gemeentehuis, bij post- en archiefzaken. 'Daar heb ik ook diploma's voor gehaald. Ik heb het er goed naar mijn zin. Nu werk ik er met een volledig dienstverband.' Tijdgebrek is de reden dat Van Steenwijk nog slechts op beperkte schaal schaakles geeft. Wat jammer is, want dat zit de sinds het midden van de jaren'70 in Zoeterwoude wonende Van Steenwijk in het bloed. Kinderen in de wijde omgeving profiteerden bijna veertig jaar van zijn wijze lessen. Voor de jonge Kees van Steenwijk zelf lag de bakermat van het schaakspel op de Oostdwarsgracht in Leiden, niet ver uit de buurt waar zijn vader een baan had bij de Stedelijke Lichtfabrieken (SLF). Daar speelde hij menig partijtje met zijn opa, en leerde er veel van. Na het eerste boekje van Bouwmeester volgden er meer, en Van Steenwijk werd een geducht schaker. 'Ik speelde wat partijtjes op school, en versloeg de schoolkampioen. Zo kwam ik in het team, waarmee we tweede van Nederland werden. Een school uit Nijmegen werd eerste.'

Dreinen

In de jaren zestig meldde de jongeling zich aan bij de Leidse schaakvereniging Philidor en klom langzaam op in de hiërarchie. Hij bereikte een elorating (een indicatie-cijfer waarmee de sterkte van een schaker wordt uitgedrukt) van 2110. Ter vergelijking: Kasparov heeft een rating van boven de 2800. Een schaakmeester zit op plusminus 2400, een grootmeester op ongeveer 2600. De gemiddelde Nederlandse clubspeler heeft een elorating van 1700, boven de 2000 wordt je beschouwd als een sterke speler. 'In de Landelijke hoofdklasse speelde ik tegen Hans Böhm. Ik verloor, want ik kreeg mijn eigen opening tegen: de Trompovski. Dan speel je dd4, Pf6, Lg5. Als je dan met zwart speelt, wordt het heel lastig. De Engelsen hebben met die opening op toernooien veel successen behaald.' Bij Philidor speelde hij veelal voor het tweede of het derde team, had pech dat bij Philidor absolute kanonnen speelden als Joop Piket en John van der Wiel. 'Van der Wiel heb ik nog opgeleid, hij kreeg zijn meestertitel toen hij al Europees kampioen werd. Ik heb hem begeleid vanaf toen hij een jaar of 8 was, tot hij 14 werd. Van der Wiel wordt de slager genoemd, omdat hij iemand helemaal tactisch kan offeren. Dan offer je materiaal voor een mataanval of een gewonnen eindspel.'

Om gedegen les te kunnen geven behaalde Van Steenwijk diverse diploma's als schaakinstructeur en wedstrijdleider van de KNSB. 'Het is leuk om kinderen iets te leren. Ze kunnen zo enthousiast zijn! Dat probeer ik in ze aan te wakkeren, zodat zij hun opa of vader kunnen verslaan, daarna in een schoolteam gaan spelen of lid worden van een schaakvereniging om zich verder te ontwikkelen.' Schaken alleen is overigens niet zaligmakend, zegt Van Steenwijk. 'Timman zei, dat als hij vier uur achtereen moest spelen, hij daar een goede conditie voor nodig had. Ik hield mijn conditie op peil door veel te fietsen.' Na zijn pensionering wil Van Steenwijk weer volop schaakles gaan geven. 'Ik wil de vijftig jaar als een schaakleraar vol maken. Waarom schaken zo goed is? Je leert systematisch problemen op te lossen. Die kom je ook in het leven overal tegen. Je leert risico's nemen. En tegen je verlies kunnen. Je moet niet moet dreinen als je een keer verliest.'

'Ik voel een klik met 't verleden'


LEIDEN - Met Harry Potter heeft ze niets van doen. Evenmin met vliegende bezemstelen. Met de liefde voor de natuur des te meer. Hekserij heeft daarom haar warme belangstelling. Marissa Kollenstart (21), geboren in Nijverdal en woonachtig in Leiden, lacht als opgemerkt wordt dat haar achternaam wel erg overeenkomt met haar interesses. 'Ja, dat past wel heel mooi. In Twente is toverkol een typisch woord voor een heks.'

Marissa Kollenstart heeft niets wat het traditionele beeld van een heks zou kunnen bevestigen. Hoogstens kan van haar gezegd worden dat ze niet direct voldoet aan de gangbare verschijning van een moderne jonge vrouw. Ze is gekleed in een prachtige roodzwarte jurk, wat haar iets mystieks geeft. Op de een of andere wijze flatteert het de Twentse, die sinds vorig jaar in Leiden woont en archeologie studeert aan de Leidse Universiteit.

Kollenstart studeert archeologie omdat ze geïnteresseerd is in oude culturen, hoe de mens vroeger leefde. 'Ik heb veel moeite hoe tegenwoordig de bureaucratie de maatschappij overheerst. Natuurlijk waren er vroeger ook problemen, maar toch trekt het leven van toen me heel erg aan. Zoals dat nog te vinden is bij volkeren als de Aboriginals en Indianen in Amerika. Mensen die echt van het land leefden. Dat heeft ook te maken met mijn hekserijachtergrond. Ik wil bewust leven. Dat had ik als kind al. Naarmate ik ouder werd voelde ik een klik met het verleden.'

Klik

Het is die 'klik' die haar aanzette tot een studie archeologie. 'Ik wil graag te weten komen hoe mensen in die tijd precies leefden.' Die queeste kan in het verlengde worden gezien van een hobby als hekserij. 'Alles wat ik doe is met elkaar verbonden. Mijn familie heeft niets met hekserij, toch ben ik er mee opgegroeid. Als er iets met een plant of dier mis was, dan voelde ik dat.' Haar aanleg om met andere levende wezens dan mensen te kunnen communiceren werd door haar buren erkend. Af en toe werd ze als jonge meid geconsulteerd als er met een dier iets aan de hand was. Ze vond het allemaal vrij normaal, tot zij zich op 11-jarige leeftijd echt bewust werd van haar gave en erover ging lezen.

Hekserij

'Ik weet niet precies waar en wanneer ik het ben tegen gekomen. Af en toe kwam het op mijn pad en trok het mijn aandacht. In die tijd werden er voor het eerst boeken over hekserij gepubliceerd. Toen kwam het naar buiten. Hekserij was een mysteriereligie, en misschien is het dat nu nog wel. Maar naarmate ik mij er meer in ging verdiepen, werd het steeds herkenbaarder.' Hekserij wordt vaak in verband gebracht met satanisme, een stigma die het christendom op deze - volgens Kollenstart - natuurreligie heeft toegekend. 'Alles wat niet tot het christendom behoorde zou heidens zijn of tot de ketterij behoren. En werd het met de duivel in verband gebracht. Maar satanisme heeft niets met hekserij te maken, maar meer met de religie van de oude Kelten, Germanen en Romeinen. Het was een polytheïstisch geloof, een pantheon, een geloof in meerdere goden. De Kelten bijvoorbeeld hadden goden voor het meer of voor het woud. Een soort wachters voor dat natuurgebied. In de hekserij komt dat terug.' Dat hekserij in de huidige maatschappij nog steeds een negatieve bijklank heeft vindt ze jammer, maar ze zit er niet echt mee. Liefde en respect voor elkaar en alles wat leeft zijn voor haar van grotere betekenis. 'Ik denk dat vooroordelen meer zeggen over zegt over de mensen die ze hebben, dan over de slachtoffers daarvan. Als mensen negatief over mij willen denken, dan moeten zij dat weten. Maar willen zij er iets over vragen, dan zullen ze merken dat het beeld dat zij hebben, niet juist is.'

Geliefde hoogleraar Herman van Geijn neemt afscheid

AMSTERDAM - Halverwege valt het interview even stil. De vraag waarom hij voor verloskunde koos, roert hem. Hij verontschuldigt zich voor de glimp van emotie. "Dit was niet de bedoeling." De herinnering aan het waarom is nog niet vervaagd. Het tekent de mens prof. dr. Herman van Geijn (1945). Een man die nog zeer betrokken is bij zijn werk als verloskundige en gynaecoloog. Op 5 juni neemt de geboren Fries afscheid van VUmc.

Op een jaar na is Van Geijn drie decennia verbonden aan VUmc. Hij kan terugzien op een afwisselende loopbaan, die hem van jongste staflid bij de afdeling verloskunde en gynaecologie tot zijn benoeming als hoogleraar bracht. Zijn rol als opleider en hoofd vervulde hij met verve, de patiënt stond centraal. De geboren Heerenvener zegt minder met gynaecologie te hebben dan met verloskunde. “Daar lag mijn primaire belangstelling, dat heeft te maken met een traumatische ervaring tijdens mijn co-assistentschap. Toen dacht ik: ik kan mogelijk iets betekenen in de verloskunde. “High-risk verloskunde, met name de preventie van vroeggeboorte, had zijn bijzondere interesse. “Vroeger stierf 85 procent van te vroeggeboren kinderen kort na de geboorte. Dat is typisch iets waarvan ik denk; dat moet je voorkomen. Of me dat ook gelukt is? Op individueel patiëntniveau wel, nationaal en internationaal gezien maar mondjesmaat.’’

Tegenvaller

Foetale bewaking zal in zijn afscheidsrede de hoofdmoot vormen. “Ik vind dat we in Nederland serieuzer met foetale bewaking moeten omgaan. Er gaat teveel mis. Een groot probleem hierbij is dat de middelen heel beperkt zijn. We gebruiken technieken die heel indirect zijn, maar waar we heel belangrijke beslissingen op moeten nemen. West-Europa staat in vergelijking met Afrika, Azië en Latijns-Amerika verloskundig aan de top, maar Nederland niet. Dat valt tegen, maar waar het aan ligt, is niet duidelijk.’’ Van Geijn verrichtte veel onderzoek naar het effect van medicatie, de invloed van stressfactoren en het nut van operatieve ingrepen. Centraal in zijn werk stond steeds de patiënt. “Ik vind dat alles wat je binnen een ziekenhuis doet om de patiënt heen moet bouwen. De patiënt mag nooit ontevreden van je spreekuur weggaan. En heb je op een bepaald moment te weinig tijd, dan moet je zorgen dat je opnieuw tijd maakt. De bejegening van de patiënt speelt daarin ook een grote rol. Niet alleen luisteren, maar ook inzicht geven in het proces. Waar liggen de mogelijkheden en hoe benutten we die?’’

Geliefd

Respect voor anderen is voor Van Geijn een vanzelfsprekendheid. “Dat verdient iedereen, en krijg je dat niet, dan kan je het opeisen. Ik werk graag horizontaal.’’ Naar verluidt is Van Geijn geliefd bij zijn medewerkers. “Ik heb de indruk dat ze me wel mogen,’’ reageert hij bescheiden. Met voldoening kijkt Van Geijn op zijn werkzame leven terug. Promoties volgden elkaar op een haast ‘natuurlijke’ wijze op. “Ik heb een tijdje in de VS gewerkt en daar zei een collega tegen me: ‘you have a golden spoon in your mouth’. Ach, je bent toevallig net ergens op het juiste moment.’’ Na 5 juni zal hij samen met zijn vrouw in hun huis in het Franse Touraine de geneugten van het vrije leven opsnuiven. Zelfs een tijdelijk terugkeer naar zijn werk zit er niet in.“Dat is ook wat mij typeert. Ik vind het moeilijk om terug te komen in een setting waarin het niet meer zo is als het was. Ik heb heel lang gevoetbald, maar nu ga ik niet meer naar een wedstrijd van mijn team kijken. Nee, klaar ben ik niet, maar met dit werk ik ga wel stoppen. Ik wil aan mijzelf denken en aan mijn vrouw. Ze heeft me veel moeten missen.’’

Jarenlang met schaamte geleefd


VOORSCHOTEN - Haar ouders waren verslaafd aan drugs en het milieu waarin zij opgroeide leek uitzichtloos. Ze vond echter de kracht om zich aan een leven zonder veel hoop te ontworstelen. De op Curaçao geboren Geliza Nicolaas (26) heeft nu een uitstekende baan als medewerker debiteurenbeheer, woont in Voorschoten, en heeft als levensdoel hulp te bieden aan kinderen van (voormalig) drugsverslaafde ouders.

Je bent één van de tien finalisten van Create Your World, een wedstrijd die is uitgeschreven door Your World, de merknaam van Rotterdam European Youth Capital. Hoe is dat gekomen?

'Ik kreeg een mailtje van Timor, een bekende danser, die heeft meegedaan aan het televisieprogramma So You Think You Can Dance. Hij heeft veel fans op zijn Hyves. Zo kwam ik terecht op de site van Your World, waar gevraagd werd om je droom in te zenden hoe jij iets aan de wereld wilt veranderen. Dat heb ik gedaan. Op een dag werd ik uitgenodigd die droom te presenteren en werd ik uitgekozen.

Jouw droom is het openen van een jeugdcentrum voor kinderen van aan drugsverslaafde ouders of van voormalig drugsverslaafde ouders. Wat is daarvan precies de reden en op welke manier denk je die droom te bereiken?

'Ik ben zelf de dochter van twee ex-drugsverslaafden. Mijn vader is nu ruim tien jaar afgekickt en bezig met een project om een afkickkliniek te bouwen in Curaçao. Mijn twee zusjes en ik zijn niet door hen opgevoed. Ik heb er veel over nagedacht. Je wordt wat ouder en ik wilde iets doen wat voor mij heel erg belangrijk is. Mijn ervaring met instanties is dat er niet iets is wat de jongeren echt helpt, geen plek waar ze kunnen praten met jongeren die in dezelfde situatie zitten. Zo'n plek wil ik hebben. Het is makkelijker om met iemand praten die het zelf heeft meegemaakt en die weet hoe het er op straat aan toegaat, dan met iemand in een wit doktersjasje en een blocnote voor zich. Met dat idee liep ik al heel lang rond, alleen wist ik niet hoe ik het moest doen. Create Your World is een kans omdat te bereiken.'

Je heb al op jonge leeftijd aardig wat meegemaakt. Dat vormt een mens. Hoe komt het dat je opeens anders naar het leven bent gaan kijken?

'Ik heb inderdaad een zware jeugd gehad, je gaat met de verkeerde mensen om je doet de verkeerde dingen. Naarmate ik ouder werd, dacht ik: 'Dit kan gewoon niet meer.' Ik leerde mijn huidige vriend kennen en die heeft als het ware voor een omslag in mijn leven gezorgd, al heb ik altijd geweten wat ik wilde gaan doen. Al zou het een jaar of vijf jaar duren, ik wilde uit dat andere leven komen. Ik groeide op in een bepaalde buurt en omgeving waar de criminaliteit hoog was, verloor heel veel mensen om mij heen.' 'Ik wist gewoon dat ik dat voor mezelf niet wilde. Op een gegeven moment heb ik met bepaalde mensen gebroken. Ja, dat heeft onwijs veel kracht gekost. Jongeren vinden het bijna vanzelfsprekend om in de criminaliteit te vervallen en drugs te gaan gebruiken, want iedereen om je heen doet het. Je groeit op in een bepaalde buurt en in een gebroken gezin. Voor mij was het ook normaal. Het was een kwestie van handhaven. Maar het kan ook anders, dat is wat ik ze wil laten zien. Elk kind heeft een talent, ga zoeken wat je leuk vindt! Mijn jeugdcentrum moet danslessen aanbieden, kooklessen, sportactiviteiten, maar ook een boekenclub. Zelfs toen het met mij niet zo goed ging heb ik altijd veel gelezen. Dat heeft mij heel erg geholpen en dat wil ik andere kinderen ook meegeven. Drugsverslaafd zijn treft overigens niet alleen de zogenaamde allochtonen. Ik heb jarenlang in de Schilderswijk gewoond, daar loopt echt van alles rond.'

Krijg je veel steun?

'Ik krijg veel steun ook van mensen om mij heen. Maar het is iets wat ik graag wil doen, het is een heel groot project. Nee, er zijn geen bekende mensen bij, al ik ben wel bezig om in de media te komen zoals bij Pauw en Witteman en Mooi! Weer de Leeuw.'

Tot slot: Wat zijn je diepste andere wensen?

'Ik zou graag willen dat jongeren zich niet meer hoeven te schamen dat hun ouders drugsverslaafd zijn, dat daar geen taboe meer op rust. Heel veel jongeren durven daar niet over te praten. Dat heb ikzelf ook meegemaakt, heb jarenlang met schaamte geleefd maar je hoeft je niet te schamen voor de fouten van je ouders, want als kind kun je daar niets aan doen.'

Harry Knipschild: 'Nooit iets cadeau gekregen'

OEGSTGEEST - Harry Knipschild (63) was nog geen halfjaar oud toen de Canadese troepen in 13 september 1944 het zuiden van bevrijd Nederland binnentrokken. Het bruggetje is dan snel gemaakt. Het Maastrichtse jongetje van toen is inmiddels verbonden aan de Universiteit Leiden, waar hij geschiedenis doceert. Kortgeleden publiceerde hij zijn boek Soldaten van God, over Nederlandse en Belgische missionarissen die in de negentiende eeuw naar het oosten trokken om de Chinezen te bekeren.

Wie Harry Knipschild zegt, zal eerder terugdenken aan de presentator van het radioprogramma Veronica's Rythm & Blues Hop dan aan een serieus ogende wetenschapper aan de Leidse Universiteit. Toch ligt de bestemming van de tegenwoordig in Oegstgeest wonende Knipschild al vroeg in de boeken besloten. Op de Broederschool in Maastricht leerde hij het Aap Noot Mies. 'Het katholieke geloof werd je met de paplepel ingegoten,' zegt hij nu. 'Je wist niet beter of het hoorde zo. Katholiek zijn, was heel normaal in die tijd. Ik wist precies waar en protestanten bewoonde, of een jood. Ik heb leren lezen met boekjes over de missie. Ik heb me natuurlijk nooit gerealiseerd dat ik er later een boek over zou schrijven. Daar is de cirkel dan mee rond.'
Na de lagere school kwam hij op het gymnasium terecht. 'Ik heb Latijn en Grieks gehad, alle moderne talen wis- en natuurkunde, sterrenkunde, scheikunde en biologie. Je had geen keuzevakken. Als je 16 was, moest je kiezen tussen alfa of bèta. Op advies van mijn vader koos ik bèta want daar zou je volgens hem wat mee kunnen bereiken in het leven. Ik kon mijn vader geen groter plezier doen dan met een moeilijke wiskundesom naar hem toegaan en zijn hulp vragen. Het gekke was dat ik er ook heel goed in was. Voor mijn talen had ik bij mijn eindexamen allemaal zesjes maar ik had een tien voor wiskunde en natuurkunde. Ik heb nooit iets cadeau gekregen; ik heb er altijd hard voor moeten werken.'

Van muziek naar missie

Harry Knipschild leek voor docent in exacte vakken in de wieg te zijn gelegd maar zijn interesses op het muzikale vlak lieten hem vooralsnog een andere weg lopen. Als jongeling raakte hij verslingerd aan de popmuziek. 'Daar wil ik wat in gaan doen,' dacht Knipschild, al zat er eerst na zijn het behalen van zijn gymnasiumdiploma wel een tussenstap in. Hij ging in Utrecht wis- en natuurkunde studeren maar dat viel hem vies tegen.' Op school ben je redelijk goed en dan kom je in Utrecht en zijn er mensen die nog veel beter zijn. Mijn studie ging dus ook niet goed aan het begin.' De jonge student werd in 1963, in de periode dat Reinier Paping de Elfstedentochten won, getroffen door pleuritis en werd opgenomen in het sanatorium in Horn. In die periode kwam zijn nog immer sluimerende belangstelling voor muziek weer bovendrijven.

Van Kooten

'Ik had verstand van rythm & bluesmuziek; Fats Domino, Muddy Waters, Howlin' Wolf enzo. Toen ik uit het sanatorium kwam, ben ik gaan schrijven voor bladen als Tuney Tunes en Muziek Express. Op een bepaald moment heb ik ook contact gezocht met Willem van Kooten van Veronica, alias Joost den Draaijer.' De dj van het toenmalige piratenschip zag wel wat in de voorstellen van de jongeling en stelde een samenwerkingsverband voor. Knipschild raakte steeds meer thuis in de muziekwereld, kwam in contact met platenmaatschappijen (Decca, Polydor) en diverse groepen waaronder de BeeGees, Eric Clapton en roemruchte Zweedse groep Abba, waar hij een speciale band mee lijkt te hebben. Het werk leek zijn eindbestemming te worden, totdat er een moment van verzadiging intrad. Knipschild: 'Als je hobby je werk wordt, dan moet je een nieuwe hobby hebben.'

Hij betrapte zich erop dat zijn oude belangstelling voor geschiedenis weer terrein won. 'Terwijl je de hele dag bezig bent met popgroepen sta je opeens weer je geschiedenisboeken te lezen. Toen ben ik me er weer in gaan verdiepen.' Sterker nog, Knipschild hield de muziekhandel voor gezien en begon in 1995 aan zijn studie Geschiedenis aan de Leidse universiteit. Om tien jaar later al te promoveren op zijn proefschrift over de in Nijmegen geboren bisschop Ferdinand Hamer. Met dank aan Leonhard Blussé, hoogleraar in Leiden, die zijn aandacht vestigde op het gebrek aan historisch onderzoek naar het functioneren van de missie in China. Knipschild: 'Ik heb een hele plank met boekjes over de missie, zei hij. Daar moet jij op promoveren, jij bent toch katholiek? Je komt toch uit Maastricht? Er moet eens een heel goed proefschrift over de katholieke missie komen. Er is behoefte aan.'

Roes

Knipschild nam de raad van Blussé ter harte en raakte in gesprek met Jan Bank, hoogleraar vaderlandse geschiedenis. Die raadde hem aan om contact op te nemen met professor Jan Roes in Nijmegen, directeur van het katholiek documentatiecentrum. Roes zette Knipschild op het spoor van bisschop Hamer en zijn tijdgenoten, die onder moeilijke omstandigheden hun overtuiging uitdroegen. Hamer liet op wrede wijze tijdens de Boksersopstand in 1900 het leven, wat hem net geen heiligverklaring maar wel een standbeeld opleverde. Het resultaat van het onderzoek door Knipschild is een doorwrocht proefschrift over de missie van Nederlandse en Belgische priesters in China met Hamer - om in scheikundige termen te blijven - als katalysator en waarop Knipschild in 2005 afstudeerde. Van het proefschrift is het boek Soldaten van God een prima leesbare neerslag. De rythm & bluesdeskundige lijkt zijn ware bestemming te hebben gevonden.

donderdag 9 juli 2009

'Dichtbij de harten van mensen'

OEGSTGEEST - Zijn rijzige gestalte oogt alsof hij niet voor een kleintje vervaard is. Met een lengte van ruim twee meter, komt hij indrukwekkend over. Neem je de moeite om Wouter de Jonge (51) beter te leren kennen, dan zal vooral zijn zachtaardige kant een indruk in je herinnering achterlaten. Een kenmerk en een eigenschap die hem in zijn werk als uitvaartleider goed van pas komen.

De geboren en getogen Hagenaar kwam in augustus 1987 met zijn vrouw Janneke naar Oegstgeest. 'In De Haag woonden we één hoog, met twee kleine kinderen,' legt hij uit. 'We wilden naar de begane grond, maar het was toen onmogelijk om aan een betaalbare woning te komen. Den Haag deed te weinig voor zijn inwoners, richtte zich vooral op de vestiging van internationale bedrijven, zegt De Jonge, die toentertijd voor een Haags internationaal georiënteerde verhuisfirma werkte. Tijd dus om naar een vriendelijker woonomgeving te zoeken. 'We wilden niet naar Zoetermeer of Waddinxveen, we houden bovendien niet van nieuwbouw. Het Westland leek ons ook niets, uiteindelijk bleven Katwijk, Leiden en Oegstgeest over.' Het gezin De Jonge woont nu alweer geruime tijd in het huis aan de Lange Voort. 'Voor mij de periferie van het oude Oegstgeest, tussen de Bloemenbuurt en de Oranjebuurt. We zijn nog wel eens bezig geweest om te verhuizen, maar we zijn blij dat we dat niet hebben gedaan. We kozen voor aan- en verbouwen van dit huis en ervoeren het als verhuizen. Iedereen kreeg een andere kamer. Ons derde kind is hier geboren.'

Verhuizen

De Jonge werkte een kwarteeuw in de verhuisbranche, maar had - als fysiek ongemak hem niet in de weg hadden gezeten - een academische graad op zak kunnen hebben. Hij genoot zijn opleiding aan het gymnasium, de bètakant. ''Ik wilde economie gaan studeren, heb nu eenmaal geen talenknobbel,' verontschuldigt hij zich. Hoofdpijnen zaten een academische studie echter in de weg. 'Ik heb er vijf jaar mee rondgelopen, dan valt studeren niet mee.' Via een uitzendbureau kwam de toenmalige Hagenaar in de verhuizingen terecht. 'Dat was hartstikke leuk werk,' zegt hij uit de grond van zijn hart. 'De laatste twaalf jaar ben ik werkgever geweest van het bedrijf dat ik heb helpen oprichten.' De Jonge werkte hard tot hij in 2000 werd geveld door een burn-out. 'Dat was heel heftig, maar ik heb er veel van geleerd. Ik ben er mooier, sterker door geworden, heb mezelf leren kennen. Ik ben gaan begrijpen dat ik was die ik was en kon al vrij snel stappen zetten om te worden die ik ben.'Hij wijst naar het bankstel in de hoek van de woonkamer. 'Ik had al snel door dat het geen griepje was. Van de één op de andere dag begon ik te trillen tot in mijn neusvleugels. Mijn omgeving had het al gesignaleerd, Janneke hield op een gegeven ogenblik op mij te waarschuwen. Ik prijs me achteraf gelukkig dat ik tegen deze betonnen muur ben opgelopen. Hier kon ik niet omheen.'

'Een halve burn-out is geen burn-out, dan neem je namelijk geen maatregelen. Nu kon ik niet anders, werd totaal stilgezet. Mijn batterij was van het één op het andere moment leeg. Ik had geen energie meer, kon niks meer. De hardste doorzetter, de grootste eigenwijs kan dan geen kant meer op. Ik dacht nog wel dat ik na een maand weer aan de slag kon. No way! Echt niet! Ik heb vier maanden thuisgezeten, en daarna acht maanden vier dagen per week vier uur gewerkt. Dat was echt mijn maximum. Ik besloot toen mijn bedrijf te verlaten en verkocht mijn aandelen. Daar stond ik op straat, met vier vragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik en hoe vind ik dat? Heel basaal.' De Jonge worstelde ruim anderhalf jaar met deze vragen, deed onderwijl te hooi en te gras wat interim opdrachten tot de beproeving hem leidde naar de uitvaartbranche. 'In 2002 wees iemand me erop. Daar ben ik te emotioneel voor, dacht ik. Toch heb ik die gedachte niet weggestreept. Tijdens mijn zoektocht heb ik mijn kernkwaliteiten kunnen benoemen, die daar één op één op aansluiten: verbindingsgericht, ondernemend, dienstverlenend, zorgvuldig, integer, creatief en trouw.' Een jaar later werd hij opnieuw op de uitvaartbranche gewezen. 'Toen ben ik er serieus werk van gaan maken, met als gevolg dat alle lichten op mijn verkenningspad op groen sprongen.'

Waardevol

De Jonge mocht bij een bedrijf in De Bilt een snuffelstage lopen, met als gevolg dat hij daar ruim twee jaar als uitvaartleider mocht blijven werken. 'Ik heb er een prachtige tijd gehad, maar ben er ook achter gekomen dat ik het zo niet wilde. Aandacht geven, luisteren, rust en ruimte geven; dat kan niet in anderhalf uur. Ik kreeg niet voldoende gelegenheid om aandacht aan de nabestaanden te besteden. Daarom ben ik in de zomer van 2006 voor mijzelf begonnen. In de week tussen overlijden en teraardebestelling krijgen de mensen de tijd om hun eigen uitvaart vorm te geven en niet om mijn checklist uit te voeren. Ik wil op de goede toonhoogte komen, mensen met elkaar verbinden, zorgen dat zij de uitvaart naar zich toe kunnen trekken. Ik wil bezig zijn met de binnenkant, niet alleen met de buitenkant. De nabestaanden moeten immers door. Als de herinneringen aan die week goed zijn, dan is dat heel waardevol voor hen.'
Hij omschrijft zichzelf als een gedreven uitvaartleider, die rust en ruimte geeft en van daaruit met liefde werkt. Hoe kan een man, die blijmoedigheid paart aan emotionaliteit, de zaken toch scheiden? 'Ik was en ben erg betrokken. Toch kan ik afstand nemen. Ik heb geleerd om dát verdriet bij de ander te houden. Het is immers niet mijn verdriet. Ik vind het echter mooi om dichtbij de harten van mensen te werken. Als een dierbare is overleden, dan zijn de mensen op hun puurst. Dan gaan de maskers af en liggen de harnassen in de hoek.'