OEGSTGEEST - Harry Knipschild (63) was nog geen halfjaar oud toen de Canadese troepen in 13 september 1944 het zuiden van bevrijd Nederland binnentrokken. Het bruggetje is dan snel gemaakt. Het Maastrichtse jongetje van toen is inmiddels verbonden aan de Universiteit Leiden, waar hij geschiedenis doceert. Kortgeleden publiceerde hij zijn boek Soldaten van God, over Nederlandse en Belgische missionarissen die in de negentiende eeuw naar het oosten trokken om de Chinezen te bekeren.
Wie Harry Knipschild zegt, zal eerder terugdenken aan de presentator van het radioprogramma Veronica's Rythm & Blues Hop dan aan een serieus ogende wetenschapper aan de Leidse Universiteit. Toch ligt de bestemming van de tegenwoordig in Oegstgeest wonende Knipschild al vroeg in de boeken besloten. Op de Broederschool in Maastricht leerde hij het Aap Noot Mies. 'Het katholieke geloof werd je met de paplepel ingegoten,' zegt hij nu. 'Je wist niet beter of het hoorde zo. Katholiek zijn, was heel normaal in die tijd. Ik wist precies waar en protestanten bewoonde, of een jood. Ik heb leren lezen met boekjes over de missie. Ik heb me natuurlijk nooit gerealiseerd dat ik er later een boek over zou schrijven. Daar is de cirkel dan mee rond.'
Na de lagere school kwam hij op het gymnasium terecht. 'Ik heb Latijn en Grieks gehad, alle moderne talen wis- en natuurkunde, sterrenkunde, scheikunde en biologie. Je had geen keuzevakken. Als je 16 was, moest je kiezen tussen alfa of bèta. Op advies van mijn vader koos ik bèta want daar zou je volgens hem wat mee kunnen bereiken in het leven. Ik kon mijn vader geen groter plezier doen dan met een moeilijke wiskundesom naar hem toegaan en zijn hulp vragen. Het gekke was dat ik er ook heel goed in was. Voor mijn talen had ik bij mijn eindexamen allemaal zesjes maar ik had een tien voor wiskunde en natuurkunde. Ik heb nooit iets cadeau gekregen; ik heb er altijd hard voor moeten werken.'
Van muziek naar missie
Harry Knipschild leek voor docent in exacte vakken in de wieg te zijn gelegd maar zijn interesses op het muzikale vlak lieten hem vooralsnog een andere weg lopen. Als jongeling raakte hij verslingerd aan de popmuziek. 'Daar wil ik wat in gaan doen,' dacht Knipschild, al zat er eerst na zijn het behalen van zijn gymnasiumdiploma wel een tussenstap in. Hij ging in Utrecht wis- en natuurkunde studeren maar dat viel hem vies tegen.' Op school ben je redelijk goed en dan kom je in Utrecht en zijn er mensen die nog veel beter zijn. Mijn studie ging dus ook niet goed aan het begin.' De jonge student werd in 1963, in de periode dat Reinier Paping de Elfstedentochten won, getroffen door pleuritis en werd opgenomen in het sanatorium in Horn. In die periode kwam zijn nog immer sluimerende belangstelling voor muziek weer bovendrijven.
Van Kooten
'Ik had verstand van rythm & bluesmuziek; Fats Domino, Muddy Waters, Howlin' Wolf enzo. Toen ik uit het sanatorium kwam, ben ik gaan schrijven voor bladen als Tuney Tunes en Muziek Express. Op een bepaald moment heb ik ook contact gezocht met Willem van Kooten van Veronica, alias Joost den Draaijer.' De dj van het toenmalige piratenschip zag wel wat in de voorstellen van de jongeling en stelde een samenwerkingsverband voor. Knipschild raakte steeds meer thuis in de muziekwereld, kwam in contact met platenmaatschappijen (Decca, Polydor) en diverse groepen waaronder de BeeGees, Eric Clapton en roemruchte Zweedse groep Abba, waar hij een speciale band mee lijkt te hebben. Het werk leek zijn eindbestemming te worden, totdat er een moment van verzadiging intrad. Knipschild: 'Als je hobby je werk wordt, dan moet je een nieuwe hobby hebben.'
Hij betrapte zich erop dat zijn oude belangstelling voor geschiedenis weer terrein won. 'Terwijl je de hele dag bezig bent met popgroepen sta je opeens weer je geschiedenisboeken te lezen. Toen ben ik me er weer in gaan verdiepen.' Sterker nog, Knipschild hield de muziekhandel voor gezien en begon in 1995 aan zijn studie Geschiedenis aan de Leidse universiteit. Om tien jaar later al te promoveren op zijn proefschrift over de in Nijmegen geboren bisschop Ferdinand Hamer. Met dank aan Leonhard Blussé, hoogleraar in Leiden, die zijn aandacht vestigde op het gebrek aan historisch onderzoek naar het functioneren van de missie in China. Knipschild: 'Ik heb een hele plank met boekjes over de missie, zei hij. Daar moet jij op promoveren, jij bent toch katholiek? Je komt toch uit Maastricht? Er moet eens een heel goed proefschrift over de katholieke missie komen. Er is behoefte aan.'
Roes
Knipschild nam de raad van Blussé ter harte en raakte in gesprek met Jan Bank, hoogleraar vaderlandse geschiedenis. Die raadde hem aan om contact op te nemen met professor Jan Roes in Nijmegen, directeur van het katholiek documentatiecentrum. Roes zette Knipschild op het spoor van bisschop Hamer en zijn tijdgenoten, die onder moeilijke omstandigheden hun overtuiging uitdroegen. Hamer liet op wrede wijze tijdens de Boksersopstand in 1900 het leven, wat hem net geen heiligverklaring maar wel een standbeeld opleverde. Het resultaat van het onderzoek door Knipschild is een doorwrocht proefschrift over de missie van Nederlandse en Belgische priesters in China met Hamer - om in scheikundige termen te blijven - als katalysator en waarop Knipschild in 2005 afstudeerde. Van het proefschrift is het boek Soldaten van God een prima leesbare neerslag. De rythm & bluesdeskundige lijkt zijn ware bestemming te hebben gevonden.
vrijdag 18 september 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten